In onze genen zitten al onze fouten van generaties tot aan de prehistorie terug of nog langer opgeslagen als herinneringen en neigingen. Het behoedt ons om niet opnieuw dezelfde fouten te maken. Deze herinneringen en neigingen zijn aangeboren.
Omdat wij mensen qua lichaam ook een diersoort zijn reageren we allereerst instinctief op datgene wat er niet klopt, daarna volgt ons verstand die nagaat wat het geleerd heeft hoe we het beste in dit soort spannende situaties kunnen reageren. Dankzij ons verstand handelen we niet alleen instinctief maar ook naar wat ons aangeleerd is. Ook al reageren we allereerst instinctmatig, ons verstand heeft het laatste woord en daardoor het vetorecht. Onze felbegeerde en hoog in het vaandel staande vrije wil.
Dit aspect van kunnen leren van je fouten is nieuw bij een diersoort. Het is ons bewustzijn, die er voor zorgt dat we elk soort omgeving naar onze wensen kunnen aanpassen. In plaats van andersom, zoals bij alle andere dieren. Wij vormen de natuur naar onze comfort. Dat heet cultuur.
Veel van wat we na de geboorte leren over fout vindt nu hoofdzakelijk via overdracht plaats. In plaats van door vallen en weer opstaan in een beschermde omgeving van een liefdevolle volwassene(n).
De overdracht is zelfs hoog boven het 'leren van het leven zelf' komen te staan, waardoor de wereld vastgelopen is in een 'uit het hoofd leren van een voor onze diersoort comfortabele wereld' en hoe deze welzijnscultuur te continueren en te verbeteren valt. Hierdoor leren we als kind zorg te dragen voor een onveranderlijke wereld die maakbaar is. De macht van de cultuur over de natuur wordt van ouder op kind overgedragen. Onze 'erfzonde'.
Op deze manier leer je als kind hoe je volmaakt moet zijn en onvolmaaktheid te veroordelen als 'eigen schuld dikke bult'.
Kinderen leren van nature van hun fouten door het spelen van 'absolute' spelletjes, zoals 'vadertje en moedertje': '... en toen was ik kind en toen was jij vader'. Zo leren ze spelenderwijs een goed mens te zijn.
Dominerende ouders die hun kennis over goed en kwaad hardnekkig blijven overdragen leren kinderen dat ze van nature slecht en mismaakt zijn en opvoeding nodig hebben om ergens 'terecht' te komen.
Daardoor vindt er een hardnekkige overdracht van hun eigen hersengespoelde verleden plaats, die geen garanties biedt voor een mensvriendelijke en van nature veilige toekomst.
Om de hardnekkige overdracht van verouderde kennis tegen te gaan kan je als volwassene leren van 'foute kennis' door in plaats van deze onbewust en klakkeloos door te geven aan nieuwe generaties als 'waar', deze foute kennis te relativeren en te waarderen op zijn betrouwbaarheid en validiteit.
Weten dat elk moment een nieuwe situatie is en je oude kennis niet toereikend en onbetrouwbaar kan zijn. Weten dat feiten uit het verleden geen garantie bieden voor de toekomst. En weten te leven met de knagende onzekerheid, dat wat eerst handig was opeens tegen je kan werken.
Als de opvoeding gericht is op 'help mij om mezelf te helpen' dan biedt je de kinderen meer overlevingskans in de toekomst en heb je respect voor en vertrouwen in het zelfregelingsmechanisme ingebakken in onze natuur.
woensdag 1 april 2009
woensdag 25 maart 2009
Gevolgen van te ijverig etiketjes plakken
Het hele probleem in de wereld is ontstaan omdat we etiketten zijn gaan plakken op gewoonweg alles wat we waarnemen. Door ons moreel oordeelsvermogen maken we er geen pretje van hier op aarde. Ik ben een voorstander van bespiegeling en beschouwing om het bestaan te veraangenamen.
Die etiketten noemen we feiten. Er is niets mis met 'het feit' dat we alles in woorden en modellen willen vatten, maar er is wel iets mis met ons idee van de werkelijkheid en wat nu werkelijk waar is. Dat noem ik 'etiketjes plakken' als milder etiketje voor het begrip (ver)oordelen. Er is geen wolkje aan de lucht, of die nu zon- of maan overgoten is, als we ons houden aan of onderhouden met bespiegelingen in plaats van gaan geloven in onze projecties als waarheid en feiten.
Ik ben op dit idee gekomen dankzij de film Life of Brian aan de ene kant van het spectrum en de film Ciske de Rat aan de andere kant.
Onze projecties zetten aan de ene kant de gewone mens op een voetstuk als een goeroe, die in het ergste geval in zichzelf gaat geloven onder invloed van al die aanbiddingen totdat hij 'afgeschreven' wordt. Voorbeelden ten over: Hitler, alle erkende goeroes die kwamen en gingen met hun sektes, diverse politici op kleiner niveau hier in Nederland. Life of Brian haal ik aan, omdat het een persiflage was op de aanbidding van Jezus tot goddelijke hoogte aan toe. Brian werd daar kribbig van. Hij had geen zin in al die Verlossers etiketjes. Maar niemand luisterde en zijn volgelingen maakten hun eigen projecties 'waar' via hem. Hoe het met Jezus is afgelopen menen we te weten, maar Brian was verongelijkt over het onrecht wat hem werd aangedaan. De film eindigt met het vrolijke, relativerende liedje 'always look at the bright side of live'. (zie: http://www.youtube.com/watch?v=jHPOzQzk9Qo )
Met onze projecties kunnen we aan de andere kant mensen aan de zelfkant van de samenleving plaatsen. De zondebok krijgt de schuld voor alle ellende wat een groep of individu overkomt. Niet de situatie is ellendig, maar jij als persoon moet als veroordeelde de last van ellende dragen. Je kan zwaar doen en als voorbeeld wijzen op de gevolgen van deze vorm van projecties op groepen als de heksenjacht in de 16e en 17e eeuw en modernere heksenjacht zoals die recent in voorheen Joegoslavië. Maar ik houd het dit keer net zo luchtig als bij de film van Life of Brian. Ik haal het kleine leed aan in de vorm van Ciske de Rat(zie:
http://www.youtube.com/watch?v=6H_BK_96hoM&feature=related)
Tussen deze twee extreme vormen als gevolg van feitelijk gemaakte projecties ligt natuurlijk een heel scala van min of meer leed. Het voordeel van bespiegelen hoef ik denk ik niet meer aan te halen. Het is de meest mensvriendelijke vorm van onze menselijke activiteiten hier op aarde. Het is heel relativerend om te doen en het werkt last verlichtend.
Wat ik me alleen afvraag is hoe je het moet aanpakken om zonder etiketjes door het leven te gaan? Niet opplakken en niet opgeplakt krijgen, DAT is de vraag. Hoe zorg je er voor dat elk van ons zich licht en helder door het leven kan bewegen en blijft bewegen?
Die etiketten noemen we feiten. Er is niets mis met 'het feit' dat we alles in woorden en modellen willen vatten, maar er is wel iets mis met ons idee van de werkelijkheid en wat nu werkelijk waar is. Dat noem ik 'etiketjes plakken' als milder etiketje voor het begrip (ver)oordelen. Er is geen wolkje aan de lucht, of die nu zon- of maan overgoten is, als we ons houden aan of onderhouden met bespiegelingen in plaats van gaan geloven in onze projecties als waarheid en feiten.
Ik ben op dit idee gekomen dankzij de film Life of Brian aan de ene kant van het spectrum en de film Ciske de Rat aan de andere kant.
Onze projecties zetten aan de ene kant de gewone mens op een voetstuk als een goeroe, die in het ergste geval in zichzelf gaat geloven onder invloed van al die aanbiddingen totdat hij 'afgeschreven' wordt. Voorbeelden ten over: Hitler, alle erkende goeroes die kwamen en gingen met hun sektes, diverse politici op kleiner niveau hier in Nederland. Life of Brian haal ik aan, omdat het een persiflage was op de aanbidding van Jezus tot goddelijke hoogte aan toe. Brian werd daar kribbig van. Hij had geen zin in al die Verlossers etiketjes. Maar niemand luisterde en zijn volgelingen maakten hun eigen projecties 'waar' via hem. Hoe het met Jezus is afgelopen menen we te weten, maar Brian was verongelijkt over het onrecht wat hem werd aangedaan. De film eindigt met het vrolijke, relativerende liedje 'always look at the bright side of live'. (zie: http://www.youtube.com/watch?v=jHPOzQzk9Qo )
Met onze projecties kunnen we aan de andere kant mensen aan de zelfkant van de samenleving plaatsen. De zondebok krijgt de schuld voor alle ellende wat een groep of individu overkomt. Niet de situatie is ellendig, maar jij als persoon moet als veroordeelde de last van ellende dragen. Je kan zwaar doen en als voorbeeld wijzen op de gevolgen van deze vorm van projecties op groepen als de heksenjacht in de 16e en 17e eeuw en modernere heksenjacht zoals die recent in voorheen Joegoslavië. Maar ik houd het dit keer net zo luchtig als bij de film van Life of Brian. Ik haal het kleine leed aan in de vorm van Ciske de Rat(zie:
http://www.youtube.com/watch?v=6H_BK_96hoM&feature=related)
Tussen deze twee extreme vormen als gevolg van feitelijk gemaakte projecties ligt natuurlijk een heel scala van min of meer leed. Het voordeel van bespiegelen hoef ik denk ik niet meer aan te halen. Het is de meest mensvriendelijke vorm van onze menselijke activiteiten hier op aarde. Het is heel relativerend om te doen en het werkt last verlichtend.
Wat ik me alleen afvraag is hoe je het moet aanpakken om zonder etiketjes door het leven te gaan? Niet opplakken en niet opgeplakt krijgen, DAT is de vraag. Hoe zorg je er voor dat elk van ons zich licht en helder door het leven kan bewegen en blijft bewegen?
zaterdag 21 maart 2009
De oorsprong van alle ellende gevonden!
In de Happinez nummer 1-2009, een Mindstyle magazine, staat een interview afgedrukt op de pagina's 25 t/m 29 van Inez van Oord met de vrouwelijke lama Tsultrim Allione. Deze lama meent dat we in deze tijd politiek en spiritueel tegenover elkaar staan. 'Alleen als we onze innerlijke en uiterlijke vijanden ontmoeten in plaats van ontwijken is er een kans deze conflicten op te lossen'. En ik ben het volmondig met haar eens.Ook vind ik mijzelf sterk terug in haar uitspraak over onze schaduwkant: 'Als we doen alsof we geen schaduwkant hebben, zijn we bijzonder kwetsbaar voor onze demonen'.
Die demonen noem ik doordeweeks altijd heel vrolijk mijn spoken, omdat ik eerder in spoken geloof dan in de duivel met zijn personeel.
Vaak blijken je spoken als je er een lichtje op werpt als sneeuw voor de zon op te lossen en hun angstaanjagende kracht te verliezen. Jouw 'ikje' projecteert angst in iets of iemand in de buitenwereld. Bewust of onbewust geldt: 'I've created a monster!' Jouw ik maakt zich helemaal groot met negatieve stress om het monster te kunnen weerstaan. Maar als je rustig blijft en goed kijkt zie je dat het monster je eigen angsten zijn die je gecreëerd hebt. Onze angst voor het Kwaad houdt het kwaad in stand, net als ouders Sinterklaas in standhouden voor hun kinderen maar dan in goede zin.
Marten Toonder heeft er een verhaal over geschreven die verfilmd is in "Als je begrijpt wat ik bedoel". De boef in het verhaal is een lief klein monstertje wat kan zwelgen bij het ervaren van negatieve emoties (door angst). Heer Ollie noemt hem Zwelgje. Als hij weer eens helemaal gezwolgen is en schade heeft aangericht kijkt heer Ollie hem alleen maar aan en zegt op vaderlijke toon: 'Zwelgje!' Dat is voldoende om het monster weer tot zijn ware proportie te laten terugkeren en hem in te laten zien wat het met zijn blinde angst heeft aangericht. Zo ook kan onze collectieve angst de werkelijkheid zwaar opblazen tot pijnlijke grote proporties zoals in
De verklaring voor dit fenomeen, in de Happinez verwoordt door de lama, vond ik heel overtuigend en zet ik neer zoals ik het las:
Demon is afgeleid van het Griekse woord daimoon, een term die verwijst naar iemands geestelijke gids. De Griekse daimoon is een goddelijk wezen, dat we kunnen vertrouwen en waarop we ons kunnen verlaten. Het Christendom wilde met zijn ene ware God de grond gelijkmaken met heidense godsdiensten en veranderden de demonen in de ‘zondebok’, ze kregen juist de schuld van alles wat er misging, van elke ramp.
Op het moment dat het Christendom 2000 jaar geleden besloot dat het nu eens afgelopen moest zijn met ons in de handen van meerdere goden te leggen, zoals bij de Grieken en de Romeinen het geval was, kwam we in de schaduw van ons aards bestaan terecht. Voortaan stond het Christendom als enige ware religie boven alle andere onware religies en bekeerde de Christenen met nietsontziende en meedogenloze hand alle 'heidenen' uit naam van hun éne almachtige en heilige God. Baas boven baas zou ik zeggen. Ook al geloof ik dat er een universele kracht is dat ons allen bindt (noem ik de levenskracht hier op aarde), die je God zou kunnen noemen, ik geloof ook in onze individuele verschillen om ons van elkaar te kunnen onderscheiden. Voor onderscheid heb je een ordening nodig in je geest zoals ieder mens iets fysieks vertegenwoordigt van meerdere (en niet mindere!) goden. Meerdere demonen, zoals de lama opmerkte. Archetypen zoals Jung meende. Ideeën noemde Plato ze.
Onze onderlinge verschillen (totaalbeeld van aangeboren eigenschappen, unieke omgeving en toevalsfactoren) verwarren met ons gemeenschappelijk gedeelde DNA (één God)en daardoor de mensensoort indelen in een wij-groep die arrogant weet wat juist en goed is en een zij-groep die ronduit slecht bevonden wordt (de zondebok), is onze GROOTSTE vergissing geweest in onze menselijke geschiedenis. Oordelen leidt van kwaad tot zelfs erger. Onderscheiden leidt tot ruimte en (innerlijke) vrede.
De wortel van al het kwaad is onze primaire angst voor de vernietigende kracht wat door veroordeling van onze onderlinge verschillen vrijkomt. Onze neiging om de ander de schuld te geven (of ons zelf) voor alle ellende is de eerste oorzaak.
Tot besluit nog een stelling van de lama uit de Happinez:
'We zijn geneigd om onze demonen op anderen te projecteren. Als we goed kijken naar wat we in anderen afkeuren, zien we vaak onze eigen demonen weerspiegeld'.
Die demonen noem ik doordeweeks altijd heel vrolijk mijn spoken, omdat ik eerder in spoken geloof dan in de duivel met zijn personeel.
Vaak blijken je spoken als je er een lichtje op werpt als sneeuw voor de zon op te lossen en hun angstaanjagende kracht te verliezen. Jouw 'ikje' projecteert angst in iets of iemand in de buitenwereld. Bewust of onbewust geldt: 'I've created a monster!' Jouw ik maakt zich helemaal groot met negatieve stress om het monster te kunnen weerstaan. Maar als je rustig blijft en goed kijkt zie je dat het monster je eigen angsten zijn die je gecreëerd hebt. Onze angst voor het Kwaad houdt het kwaad in stand, net als ouders Sinterklaas in standhouden voor hun kinderen maar dan in goede zin.
Marten Toonder heeft er een verhaal over geschreven die verfilmd is in "Als je begrijpt wat ik bedoel". De boef in het verhaal is een lief klein monstertje wat kan zwelgen bij het ervaren van negatieve emoties (door angst). Heer Ollie noemt hem Zwelgje. Als hij weer eens helemaal gezwolgen is en schade heeft aangericht kijkt heer Ollie hem alleen maar aan en zegt op vaderlijke toon: 'Zwelgje!' Dat is voldoende om het monster weer tot zijn ware proportie te laten terugkeren en hem in te laten zien wat het met zijn blinde angst heeft aangericht. Zo ook kan onze collectieve angst de werkelijkheid zwaar opblazen tot pijnlijke grote proporties zoals in
De verklaring voor dit fenomeen, in de Happinez verwoordt door de lama, vond ik heel overtuigend en zet ik neer zoals ik het las:
Demon is afgeleid van het Griekse woord daimoon, een term die verwijst naar iemands geestelijke gids. De Griekse daimoon is een goddelijk wezen, dat we kunnen vertrouwen en waarop we ons kunnen verlaten. Het Christendom wilde met zijn ene ware God de grond gelijkmaken met heidense godsdiensten en veranderden de demonen in de ‘zondebok’, ze kregen juist de schuld van alles wat er misging, van elke ramp.
Op het moment dat het Christendom 2000 jaar geleden besloot dat het nu eens afgelopen moest zijn met ons in de handen van meerdere goden te leggen, zoals bij de Grieken en de Romeinen het geval was, kwam we in de schaduw van ons aards bestaan terecht. Voortaan stond het Christendom als enige ware religie boven alle andere onware religies en bekeerde de Christenen met nietsontziende en meedogenloze hand alle 'heidenen' uit naam van hun éne almachtige en heilige God. Baas boven baas zou ik zeggen. Ook al geloof ik dat er een universele kracht is dat ons allen bindt (noem ik de levenskracht hier op aarde), die je God zou kunnen noemen, ik geloof ook in onze individuele verschillen om ons van elkaar te kunnen onderscheiden. Voor onderscheid heb je een ordening nodig in je geest zoals ieder mens iets fysieks vertegenwoordigt van meerdere (en niet mindere!) goden. Meerdere demonen, zoals de lama opmerkte. Archetypen zoals Jung meende. Ideeën noemde Plato ze.
Onze onderlinge verschillen (totaalbeeld van aangeboren eigenschappen, unieke omgeving en toevalsfactoren) verwarren met ons gemeenschappelijk gedeelde DNA (één God)en daardoor de mensensoort indelen in een wij-groep die arrogant weet wat juist en goed is en een zij-groep die ronduit slecht bevonden wordt (de zondebok), is onze GROOTSTE vergissing geweest in onze menselijke geschiedenis. Oordelen leidt van kwaad tot zelfs erger. Onderscheiden leidt tot ruimte en (innerlijke) vrede.
De wortel van al het kwaad is onze primaire angst voor de vernietigende kracht wat door veroordeling van onze onderlinge verschillen vrijkomt. Onze neiging om de ander de schuld te geven (of ons zelf) voor alle ellende is de eerste oorzaak.
Tot besluit nog een stelling van de lama uit de Happinez:
'We zijn geneigd om onze demonen op anderen te projecteren. Als we goed kijken naar wat we in anderen afkeuren, zien we vaak onze eigen demonen weerspiegeld'.
woensdag 18 maart 2009
Spontane generatie
Tot aan het eind van de 19e eeuw geloofde men dat 'leven uit niet leven' zomaar spontaan kon ontstaan. Niets, de onbezielde materie, genereert 'opeens' iets, wat dan opeens bestaat en leeft! De wondere wereld van de wetenschap. Dit idee werd door de wetenschap 'generatio spontanea' genoemd. Spontane generatie. De oorzaak voor het ontstaan van nieuwe soorten is niet religieus of mythisch van aard maar een spontaan zichzelf scheppend niets.
Nadat Louis Pasteur aantoonde in 1860 dat "niet-leven" ECHT geen nieuw leven kan genereren, maar dat bijvoorbeeld bacteriën zich onzichtbaar verspreiden door de lucht, werd het idee van spontane generatie vrij snel als onwetenschappelijk en nonsens beschouwd.
Zo zijn er vanaf de Verlichting wetenschappelijke paradigma's en feiten wel meer omver gehaald en vervangen door het tegendeel of een compleet nieuw idee over de ervaren werkelijkheid.
Betekent dat dan dat feiten door wetenschappelijk onderzoek met een korreltje zout voor waar moet worden aangenomen? Immers, zodra de theorie niet (meer) klopt verandert een feit. Met andere woorden, toen de zwaartekracht door Newton werd ontdekt bestond die toen nog niet omdat we dat niet wisten? Bestond Amerika pas toen onder ander Columbus het land ontdekte? Was vroeger de aarde wel plat en toen opeens spontaan rond en vielen we er niet meer af? Waren we vroeger maar naief en zijn we nu wijs? Wat is de waarde van de wetenschap voor ons als richtingaanwijzer om ons zo 'waar' mogelijk door de wereld te bewegen?
Ik zou het omdraaien. Iets is waar tot het tegendeel is bewezen. Dat is ook geen nieuw idee, volgens mij is deze van de wetenschapsfilosoof Popper, maar op een of andere manier heb ik nog steeds het nare gevoel dat de wetenschap zichzelf wil bewijzen als elite ten opzichte van het (bij)geloof van het volk door zich onder elke vorm van kritiek achter de wetenschappelijke methode te schuilen. Zij doen zo gedegen onderzoek dat hun feiten 'zowat' waar moeten zijn en dus ware, universeel geldende, onveranderlijke feiten.
Deze wetenschappelijke feiten blijven echter de vruchten van een onderzocht idee van een wetenschappelijke initiatiefnemer. Vaak zeggen de vruchten meer wat van de boom, uitgedijd in wetenschappelijke takken en in een wetenschappelijk bevonden fundament geworteld, dan van de wereld waarin het leeft en groeit. Als het ware vind ik dat de wetenschap te lang zich blijft vastklampen aan de feiten als ware het heilige huisjes, eilandjes in een moeras van de heersende moraal en fictie.
Met andere woorden. Iets wat nog niet eerder bestond, bestaat omdat iemand of bepaalde groepen iets nieuws leerden waarnemen en hun waarneming zo overtuigend wisten te brengen dat steeds meer mensen dit idee ook zijn gaan 'zien'. Wij spreken op een gegeven moment met elkaar af dat het een feit is tot het tegendeel is bewezen. Daar kunnen we dan aan meewerken en met de feiten uit ons hoofd geleerd kunnen we heel goed met elkaar samenleven.
Feiten zijn gewoon niet meer dan sociale constructies die we als werkelijkheid aannemen, maar die niet hetzelfde zijn als de 'universele' waarheid. Daarvoor ontdekken we nog te veel nieuw leven voor wat opeens spontaan lijkt te gaan bestaan, maar achteraf altijd weer een oorzaak blijkt te hebben die ligt in de voorafgaande werkelijkheid. De nieuwe feiten moeten wel waarachtig voor ons zijn en passen in de werkelijkheid waar we als waar in zijn gaan geloven.
Om met twee voeten op de grond te blijven staan - want in feite is alles dus mogelijk te ontstaan, wat we maar kunnen bedenken en dan kan je dus in je fantasie echt alle kanten opgaan - neem ik als wetenschapper en mede gewoon mens alles wat ik hoor als feit 'met een korreltje zout' (tot het tegendeel bewezen is) en 'serieus' (we kunnen er wat mee als richtingaanwijzer om ons werk te doen in deze tijdsperiode en stukje aarde waar we op leven). En eigenlijk leef je dan een stuk prettiger en losser.
Nadat Louis Pasteur aantoonde in 1860 dat "niet-leven" ECHT geen nieuw leven kan genereren, maar dat bijvoorbeeld bacteriën zich onzichtbaar verspreiden door de lucht, werd het idee van spontane generatie vrij snel als onwetenschappelijk en nonsens beschouwd.
Zo zijn er vanaf de Verlichting wetenschappelijke paradigma's en feiten wel meer omver gehaald en vervangen door het tegendeel of een compleet nieuw idee over de ervaren werkelijkheid.
Betekent dat dan dat feiten door wetenschappelijk onderzoek met een korreltje zout voor waar moet worden aangenomen? Immers, zodra de theorie niet (meer) klopt verandert een feit. Met andere woorden, toen de zwaartekracht door Newton werd ontdekt bestond die toen nog niet omdat we dat niet wisten? Bestond Amerika pas toen onder ander Columbus het land ontdekte? Was vroeger de aarde wel plat en toen opeens spontaan rond en vielen we er niet meer af? Waren we vroeger maar naief en zijn we nu wijs? Wat is de waarde van de wetenschap voor ons als richtingaanwijzer om ons zo 'waar' mogelijk door de wereld te bewegen?
Ik zou het omdraaien. Iets is waar tot het tegendeel is bewezen. Dat is ook geen nieuw idee, volgens mij is deze van de wetenschapsfilosoof Popper, maar op een of andere manier heb ik nog steeds het nare gevoel dat de wetenschap zichzelf wil bewijzen als elite ten opzichte van het (bij)geloof van het volk door zich onder elke vorm van kritiek achter de wetenschappelijke methode te schuilen. Zij doen zo gedegen onderzoek dat hun feiten 'zowat' waar moeten zijn en dus ware, universeel geldende, onveranderlijke feiten.
Deze wetenschappelijke feiten blijven echter de vruchten van een onderzocht idee van een wetenschappelijke initiatiefnemer. Vaak zeggen de vruchten meer wat van de boom, uitgedijd in wetenschappelijke takken en in een wetenschappelijk bevonden fundament geworteld, dan van de wereld waarin het leeft en groeit. Als het ware vind ik dat de wetenschap te lang zich blijft vastklampen aan de feiten als ware het heilige huisjes, eilandjes in een moeras van de heersende moraal en fictie.
Met andere woorden. Iets wat nog niet eerder bestond, bestaat omdat iemand of bepaalde groepen iets nieuws leerden waarnemen en hun waarneming zo overtuigend wisten te brengen dat steeds meer mensen dit idee ook zijn gaan 'zien'. Wij spreken op een gegeven moment met elkaar af dat het een feit is tot het tegendeel is bewezen. Daar kunnen we dan aan meewerken en met de feiten uit ons hoofd geleerd kunnen we heel goed met elkaar samenleven.
Feiten zijn gewoon niet meer dan sociale constructies die we als werkelijkheid aannemen, maar die niet hetzelfde zijn als de 'universele' waarheid. Daarvoor ontdekken we nog te veel nieuw leven voor wat opeens spontaan lijkt te gaan bestaan, maar achteraf altijd weer een oorzaak blijkt te hebben die ligt in de voorafgaande werkelijkheid. De nieuwe feiten moeten wel waarachtig voor ons zijn en passen in de werkelijkheid waar we als waar in zijn gaan geloven.
Om met twee voeten op de grond te blijven staan - want in feite is alles dus mogelijk te ontstaan, wat we maar kunnen bedenken en dan kan je dus in je fantasie echt alle kanten opgaan - neem ik als wetenschapper en mede gewoon mens alles wat ik hoor als feit 'met een korreltje zout' (tot het tegendeel bewezen is) en 'serieus' (we kunnen er wat mee als richtingaanwijzer om ons werk te doen in deze tijdsperiode en stukje aarde waar we op leven). En eigenlijk leef je dan een stuk prettiger en losser.
vrijdag 6 maart 2009
De imperfecte perfectie verklaard
Eindelijk heb ik een idee gekregen hoe het werkt met relativiteit. Tegenstellingen verschijnen altijd gelijktijdig alleen kan je maar op één perspectief focussen, het tegengestelde perspectief blijft onzichtbaar.
Je focussen op allebei de perspectieven is voor het verstand niet logisch te doen. We noemen het een paradox, een schijnbare tegenstelling, omdat we de tegenstelling die tegelijkertijd voorkomt schijnbaar vinden. Daarmee kunnen we niets. we noemen iets dik, omdat het niet dun is. We noemen iets mooi, omdat het niet lelijk is. Dun en lelijk zijn niet zichtbaar in onze focus en daarom bepalen we dat het dik en mooi is, omdat het zintuiglijk waarneembaar en dus aanwezig is.
Maar ik beweer dat je er ook van kunt uitgaan dat datgene wat afwezig is ook aanwezig is door het principe van de relativiteit. Het is onze voorkeur om datgene als echt waar te beschouwen wat we waarnemen, terwijl datgene wat afwezig is wel eens in deze situatie meer waar kan zijn. Als je wit ziet, weet je dat zwart vlakbij zit. Het yin/yang principe. Waar het ene eindigt begint het andere. Wanneer je dit principe niet toe-eigent kan je in twijfelgevallen mooi vast kunnen lopen als je blijft vasthouden aan het principe dat alleen wat je ziet bestaat.
Even een hulpmiddel om mijn bewering te visualiseren. Je hebt een muntstuk en aan weerszijden er van bevinden zich wat we kop en munt noemen. Je gooit de munt omhoog en je ziet de kop verschijnen. Betekent dan dat de munt niet meer bestaat? Nee, natuurlijk niet, het betekent dat je gekozen hebt voor datgene wat je ziet en te herinneren dat aan de andere kant het tegenovergestelde bestaat. Je leert wat tegenstellingen zijn, maar je vergeet in je geheugen de andere opties in het keuze moment, omdat jij je anders niet kan focussen op het object.
Sinds de verlichting zijn we die andere onzichtbare kant vergeten als niet 'feitelijk', want 'niet empirisch onderzoekbaar'. Alleen feiten bestaan meende de wetenschap, waardoor ze juist de spijker van de waarheid mis sloegen of per toeval goed, puur door kansberekening. Terwijl feiten juist niet meer bestaan wanneer je het niet meer kunt waarnemen. Zolang de wetenschap op één aspect van een verschijnsel focust en empirisch, double blind via experiment onderzoekt, dan bewijzen ze een zelfvervullende voorspelling (dat het waar is wat de wetenschapper vermoedt omdat hij dat zo ziet), omdat het tegengestelde niet waar zou zijn. Maar zodra de wetenschap zich niet meer focust op waarheidsgehalte van een wetenschappelijke feit, dan verdwijnt het feit in de wetenschappelijke geschiedenis, als sneeuw in de zon.
Ik zie feiten net als een moment in het heden. Ze komen en gaan als toekomst, heden, verleden. Feiten veranderen net zo snel als filmbeeldjes over de scherm van een film. Voordat je het weet ga je in de waarheid van feiten geloven net als je helemaal kan opgaan in de hoofdrolspeler van een waarheidsgetrouwe film. Wat je gelooft daar richt je focus zich op en neem je waar in de zee van paradoxen die we onze werkelijkheid noemen.
Feiten vind ik niet nutteloos, maar het zijn niet meer dan onderlinge afspraken over datgene wat onze voorkeur verdient om op te focussen. Wanneer afspraken niet meer gelden, zoals je nu ziet gebeuren tijdens de kredietcrisis en vroeger bij Copernicus, die aantoonde dat niet de aarde en de mens het centrum van het heelal waren (christelijk feit), maar de zon als centrum waar planeten omheen draaien (wetenschappelijk feit), is het tijd om nieuwe afspraken te maken. Tijd voor een paradigmawisseling. De meeste stemmen gelden voor de nieuwe focus en de nieuwe voorkeur.
Rond 2000 vindt de Copernicaanse wending van Kant plaats, het individu bepaalt zijn werkelijkheid niet de feiten!
Je focussen op allebei de perspectieven is voor het verstand niet logisch te doen. We noemen het een paradox, een schijnbare tegenstelling, omdat we de tegenstelling die tegelijkertijd voorkomt schijnbaar vinden. Daarmee kunnen we niets. we noemen iets dik, omdat het niet dun is. We noemen iets mooi, omdat het niet lelijk is. Dun en lelijk zijn niet zichtbaar in onze focus en daarom bepalen we dat het dik en mooi is, omdat het zintuiglijk waarneembaar en dus aanwezig is.
Maar ik beweer dat je er ook van kunt uitgaan dat datgene wat afwezig is ook aanwezig is door het principe van de relativiteit. Het is onze voorkeur om datgene als echt waar te beschouwen wat we waarnemen, terwijl datgene wat afwezig is wel eens in deze situatie meer waar kan zijn. Als je wit ziet, weet je dat zwart vlakbij zit. Het yin/yang principe. Waar het ene eindigt begint het andere. Wanneer je dit principe niet toe-eigent kan je in twijfelgevallen mooi vast kunnen lopen als je blijft vasthouden aan het principe dat alleen wat je ziet bestaat.
Even een hulpmiddel om mijn bewering te visualiseren. Je hebt een muntstuk en aan weerszijden er van bevinden zich wat we kop en munt noemen. Je gooit de munt omhoog en je ziet de kop verschijnen. Betekent dan dat de munt niet meer bestaat? Nee, natuurlijk niet, het betekent dat je gekozen hebt voor datgene wat je ziet en te herinneren dat aan de andere kant het tegenovergestelde bestaat. Je leert wat tegenstellingen zijn, maar je vergeet in je geheugen de andere opties in het keuze moment, omdat jij je anders niet kan focussen op het object.
Sinds de verlichting zijn we die andere onzichtbare kant vergeten als niet 'feitelijk', want 'niet empirisch onderzoekbaar'. Alleen feiten bestaan meende de wetenschap, waardoor ze juist de spijker van de waarheid mis sloegen of per toeval goed, puur door kansberekening. Terwijl feiten juist niet meer bestaan wanneer je het niet meer kunt waarnemen. Zolang de wetenschap op één aspect van een verschijnsel focust en empirisch, double blind via experiment onderzoekt, dan bewijzen ze een zelfvervullende voorspelling (dat het waar is wat de wetenschapper vermoedt omdat hij dat zo ziet), omdat het tegengestelde niet waar zou zijn. Maar zodra de wetenschap zich niet meer focust op waarheidsgehalte van een wetenschappelijke feit, dan verdwijnt het feit in de wetenschappelijke geschiedenis, als sneeuw in de zon.
Ik zie feiten net als een moment in het heden. Ze komen en gaan als toekomst, heden, verleden. Feiten veranderen net zo snel als filmbeeldjes over de scherm van een film. Voordat je het weet ga je in de waarheid van feiten geloven net als je helemaal kan opgaan in de hoofdrolspeler van een waarheidsgetrouwe film. Wat je gelooft daar richt je focus zich op en neem je waar in de zee van paradoxen die we onze werkelijkheid noemen.
Feiten vind ik niet nutteloos, maar het zijn niet meer dan onderlinge afspraken over datgene wat onze voorkeur verdient om op te focussen. Wanneer afspraken niet meer gelden, zoals je nu ziet gebeuren tijdens de kredietcrisis en vroeger bij Copernicus, die aantoonde dat niet de aarde en de mens het centrum van het heelal waren (christelijk feit), maar de zon als centrum waar planeten omheen draaien (wetenschappelijk feit), is het tijd om nieuwe afspraken te maken. Tijd voor een paradigmawisseling. De meeste stemmen gelden voor de nieuwe focus en de nieuwe voorkeur.
Rond 2000 vindt de Copernicaanse wending van Kant plaats, het individu bepaalt zijn werkelijkheid niet de feiten!
dinsdag 3 maart 2009
Mythosofie
Eindelijk heb ik een naam gevonden voor het soort onderzoek wat ik graag doe: mythosofie.
Mythosofie is de studie van de wijsheid in mythen en sprookjes. De meesten zoeken toch de wijsheid in de wetenschap of oude religies, maar ik zocht hem altijd al in verhalen. Zelfs de alledaagse.
Op de website van Lisette Thooft, naar mijn idee de grondlegster van deze 'sofie' in Nederland kan je hier alles over lezen: www.lisettethooft.nl
Mythosofie is de studie van de wijsheid in mythen en sprookjes. De meesten zoeken toch de wijsheid in de wetenschap of oude religies, maar ik zocht hem altijd al in verhalen. Zelfs de alledaagse.
Op de website van Lisette Thooft, naar mijn idee de grondlegster van deze 'sofie' in Nederland kan je hier alles over lezen: www.lisettethooft.nl
donderdag 19 februari 2009
Alles wat er bestaat zijn waargemaakte ideeën
Ik ben bezig geweest met de ideeënleer van Plato en zijn invloed op vervolgens de filosofen Kant ('uitvinder' van de Copernicaanse wending), Schopenhauer en Jung op de mogelijkheid het geestelijk energieveld wetenschappelijk in kaart te brengen.
Kant zei nee, Schopenhauer en Jung zeiden ja onder bepaalde mentale voorwaarden. Ik zeg ook ja en beweer het volgende: alleen een idee die geactiveerd is kan bestaan. Dat impliceert dat wij alleen kunnen bestaan in een gerealiseerde ideeënwereld. En een gerealiseerde ideeëwereld alleen dankzij de ideeën die wij activeren. Een geactiveerd idee onderzoeken, wat de materie inherent dus is, is dus mogelijk als je de vruchten van een idee onderzoekt. Aan de vruchten herken je de boom.
Dat gebeurt al door de wetenschap die door middel van experiment het verschijnsel zo goed mogelijk in kaart probeert te brengen en zo het vóórkomen van een waargenomen verschijning zo zuiver mogelijk te kunnen voorspellen om de ongewenste uitkomst van verschijnen te kunnen voorkomen. Zo onderzoeken ze fysische verschijnselen.
Zo kan je ook metafysische verschijnselen onderzoeken zoals een zuiver idee, voorafgaand en als oorzaak van een verschijning. Waar ik het hier over heb is dat de meting altijd vertekend is door beïnvloeding van de onderzoeker. De vertekening vindt plaats door de ideeën die de initiatiefnemer van het onderzoek er op nahoudt en door middel van het gecontroleerde experiment dat zijn idee onherroepelijk in het resultaat weerspiegelt. Een meta-analyse van al deze uitkomsten geeft een duidelijker beeld van de verschijning, maar is niet gericht op de werkelijke oorzaak van de verschijning en dat is de idee, en geeft daardoor onvolledig inzicht in de oorzaak van verschijnen.
Als je het idee waarom iets bestaat weet te doorgronden en leert kennen dan ben je beter in staat om het bestaan van onze fysische wereld te doorgronden en te leren kennen dan door uit je hoofd te leren hoe een fysisch verschijnsel er gekleurd uitziet en gecreëerd is door de geactiveerde idee van een onderzoeker. De wereld die we kennen is de in een beperkte vorm van de werkelijkheid gegoten weerslag van al onze erkende ideeën over onze wereld.
Als je geen idee van de wereld zou hebben zou zij voor jou ook niet in deze beperkte vorm bestaan, maar je zou zweven in een allesomvattende lege ruimte. Sommigen mensen doen dat daadwerkelijk als ze geen bestaansgronden meer voelen en alle grond onder hun voeten wegvalt als ze bijvoorbeeld plotsklaps geconfronteerd worden met de waarheid, dat de wereld waarin we zoveel pijn ervaren slechts verzonnen is door ons. Het maakt je op dat ogenblik ook heel kwetsbaar als mens, als je (even) wakker wordt, omdat je dan ziet, wat een potje wij mensen maken van onze eigen leefwereld. Ook overvalt je de moedeloosheid over de hoeveelheid ideeën die je nog te activeren hebt om de wereld die voor ons bestaat te veranderen in een betere wereld voor ons allemaal.
Kant zei nee, Schopenhauer en Jung zeiden ja onder bepaalde mentale voorwaarden. Ik zeg ook ja en beweer het volgende: alleen een idee die geactiveerd is kan bestaan. Dat impliceert dat wij alleen kunnen bestaan in een gerealiseerde ideeënwereld. En een gerealiseerde ideeëwereld alleen dankzij de ideeën die wij activeren. Een geactiveerd idee onderzoeken, wat de materie inherent dus is, is dus mogelijk als je de vruchten van een idee onderzoekt. Aan de vruchten herken je de boom.
Dat gebeurt al door de wetenschap die door middel van experiment het verschijnsel zo goed mogelijk in kaart probeert te brengen en zo het vóórkomen van een waargenomen verschijning zo zuiver mogelijk te kunnen voorspellen om de ongewenste uitkomst van verschijnen te kunnen voorkomen. Zo onderzoeken ze fysische verschijnselen.
Zo kan je ook metafysische verschijnselen onderzoeken zoals een zuiver idee, voorafgaand en als oorzaak van een verschijning. Waar ik het hier over heb is dat de meting altijd vertekend is door beïnvloeding van de onderzoeker. De vertekening vindt plaats door de ideeën die de initiatiefnemer van het onderzoek er op nahoudt en door middel van het gecontroleerde experiment dat zijn idee onherroepelijk in het resultaat weerspiegelt. Een meta-analyse van al deze uitkomsten geeft een duidelijker beeld van de verschijning, maar is niet gericht op de werkelijke oorzaak van de verschijning en dat is de idee, en geeft daardoor onvolledig inzicht in de oorzaak van verschijnen.
Als je het idee waarom iets bestaat weet te doorgronden en leert kennen dan ben je beter in staat om het bestaan van onze fysische wereld te doorgronden en te leren kennen dan door uit je hoofd te leren hoe een fysisch verschijnsel er gekleurd uitziet en gecreëerd is door de geactiveerde idee van een onderzoeker. De wereld die we kennen is de in een beperkte vorm van de werkelijkheid gegoten weerslag van al onze erkende ideeën over onze wereld.
Als je geen idee van de wereld zou hebben zou zij voor jou ook niet in deze beperkte vorm bestaan, maar je zou zweven in een allesomvattende lege ruimte. Sommigen mensen doen dat daadwerkelijk als ze geen bestaansgronden meer voelen en alle grond onder hun voeten wegvalt als ze bijvoorbeeld plotsklaps geconfronteerd worden met de waarheid, dat de wereld waarin we zoveel pijn ervaren slechts verzonnen is door ons. Het maakt je op dat ogenblik ook heel kwetsbaar als mens, als je (even) wakker wordt, omdat je dan ziet, wat een potje wij mensen maken van onze eigen leefwereld. Ook overvalt je de moedeloosheid over de hoeveelheid ideeën die je nog te activeren hebt om de wereld die voor ons bestaat te veranderen in een betere wereld voor ons allemaal.
Abonneren op:
Berichten (Atom)
